Reisverslag

29 - 31 oktober 2003

 

29 oktober 2003 - Broome - Eighty Mile Beach

 

We doen het rustig aan vanochtend. Na het ontbijt, ruimen we alles op en in, we tanken en wassen zelfs de auto nog even... Daarna rijden we naar Eighty Mile Beach. De weg tussen Broome en Port Hedland is wat ons betreft echt het meest saaie stuk weg van AustraliŽ. Overal om ons heen zien we het zelfde. Gelukkig zijn de bomen langs de weg nu groen en niet, zoals 3 jaar geleden, verbrand...

 

Tijdens onze vorige reis zijn we in 1 keer naar Port Hedland gereden. Dat is dus een hele saaie, lange rij-dag. We hebben toen gehoord dat het leuk is om een tussenstop te maken op 80 Mile Beach en dat doen we deze keer dus.

 

De camping is behoorlijk volgepropt. We zetten onze tent op en lopen naar het strand. Voordat de zon onder gaat, lopen we een stuk over het strand. Overal liggen schelpen en  zeesterretjes. We verzamelen van alles en kijken daarna naar (alweer) een prachtige "sunset".

 

    

 

Na het eten bellen we Rickert's vader even. Om half tien rollen we hartstikke moe (dankzij de saaie weg en de zeelucht) onze tent in.

 

30 oktober 2003 - Eighty Mile Beach - Marble Bar

 

Om zeven uur (ik ben net wakker), rijden Lou en Christa voorbij. Ze waren heel vroeg wakker en rijden nu al richting Marble Bar. We zien ze waarschijnlijk over een paar dagen weer omdat wij vandaag in Port Hedland willen overnachten.

 

Na het ontbijt maken we opnieuw een strandwandeling. Heerlijk, al die schelpjes zoeken. Als we terug komen op de camping, we zijn eigenlijk klaar om te vertrekken, raken we in gesprek met een Nederlands stel dat naast ons staat. We hebben hen al een paar keer eerder gezien, maar nog nooit gesproken. Ze (Frank en Marlies) komen uit Utrecht en zijn net als wij drie jaar geleden ook al in AustraliŽ geweest.

 

Tegen elven rijden we pas de camping af, op weg naar Port Hedland waar we als het goed is eierenleggende schildpadden kunnen zien. Als het goed is... want drie jaar geleden waren we hier ook in het goede seizoen, maar hebben we ze niet gezien.

 

In Port Hedland rijden we meteen naar het Visitor Centre om te vragen waar en wanneer we het beste "Flatback Turtles" kunnen zien. Het meisje achter de balie zegt dat we naar Cemetery Beach moeten gaan. Vannacht met "high tide" hebben we de grootste kans de schildpadden te zien. Dat betekent dat we vanaf 11 uur vanavond op het strand moeten staan... erg laat voor ons, maar goed, we moeten er wat voor over hebben...

 

We rijden naar de camping waar we drie jaar geleden ook hebben gestaan. Tijdens het inchecken wordt ons verteld dat er geen kampeerplek met schaduw meer is. Nou ja, jammer denken we... we gaan wel in de "airconditioned tv-room" zitten 

als we het te warm krijgen. We rijden naar onze plek en worden onmiddellijk enigszins depressief. Verschrikkelijk... we moeten op een stukje beton de auto parkeren en ernaast, op een stuk groen gaas (dat over zand is gespannen ofzo) de tent opzetten. Vreselijk, het is allemaal zo krap opgezet en dan dus ook nog eens zonder schaduw. Daarbij vertelde de camping-mevrouw dat er dit hele seizoen nog geen schilpadden gezien zijn in Port Hedland en de kans dus erg klein is dat wij ze zien vannacht.

 

Ineens hebben we het allebei helemaal gehad... wat doen we hier in Port Hedland, waarom zijn we op deze camping, aaargh... we willen hier weg... Rickert zegt wijs dat het voordeel van reizen is dat je weg kan wanneer je dat wil... Dus vragen we ons geld terug en rijden we weer weg uit deze troosteloze industriestad...

 

Beetje zonde is het wel, want nu moeten we weer 40 km terug rijden richting de afslag naar Marble Bar, maar goed, we zijn allebei blij dat we hier niet hoeven te blijven.

 

Rond vijf uur komen we aan in Marble Bar. Er is maar 1 camping in dit plaatsje (ca. 300 inwoners) en dus komen we wederom Lou en Christa tegen :-) We zetten ons kamp op en lopen de heuvel naast de camping op. Hier hebben we een mooi uitzicht over het stadje en de bergen er omheen.

 

    

 

Vanavond zijn de rollen omgedraaid. Rickert zit achter de computer. Hij maakt een back-up van alle belangrijke bestanden en knutselt daarna een verzamelcd-tje voor in de auto in elkaar. Ik maak ondertussen een omelet. Het resultaat ziet er wat vreemd uit, maar smaakt heerlijk !

 

31 oktober 2003 - Marble Bar - Karijini National Park

 

Om 12 uur vannacht werden we wakker van een aantal mensen dat het nodig vond om heel hard met elkaar te gaan praten naast onze tent... gelukkig gingen ze weg nadat ik "Excuse me..." had geroepen. Om zeven uur worden we weer wakker, deze keer gewoon omdat we uitgeslapen zijn.

 

Terwijl we de auto aan het inruimen zijn, komt de eigenares van de camping aanlopen. Ze zegt "Aaaah, we've got a flat tyre"... Ik denk even dat ze het over haar auto heeft (ze zegt tenslotte "we"), maar nee... het gaat over onze auto. We hebben weer een lekke band. Vreemd hoor, we hebben hier gistermiddag gewoon heen gereden, nergens last van en nu is ie hartstikke plat... Shit, dat is balen. Bij de vorige lekke band konden we er nog om lachen, maar nu denken we vooral aan hoeveel geld ons dit weer gaat kosten.

 

Na het ontbijt rijden Lou en ik met de lekke band (met hun auto) naar de garage om te kijken wat zij kunnen doen. De man die de banden "doet" komt pas om 10 uur weer terug. Dat betekent dat we nog ruim anderhalf uur moeten wachten. We laten de band achter en rijden terug naar de camping. Daar stellen Lou en Christa voor dat we eerst met hun auto gaan "sight-see-en" en dat we daarna terug gaan naar de garage.

 

Zo gezegd, zo gedaan. We rijden eerst naar "Chinaman Pool". Het is een van de grootste attracties van Marble Bar, maar wij vinden het een beetje tegen vallen... Het water is een stuk minder blauw dan alle ansichtkaarten je laten geloven en staat heel laag, het geheel ziet er niet erg spectaculair uit. Goed, volgende attractie, de "Marble Bar". Rondom een beetje water, ook hier is het erg droog, liggen enorme rotsblokken. Het zijn blokken "jasper" (is dat ook de Nederlandse naam ?!). Omdat ontdekkingsreizigers het hebben aangezien voor marmer, heet dit stadje Marble Bar. De laatste stop van onze tourist-drive is de "jasper-deposit". Hier is het toegestaan een stukje "marble" (jasper dus) mee te nemen.

 

         

 

Terug bij de garage blijkt de banden-man onze band al te hebben gerepareerd. Hij heeft de schroef die in de band zat, verwijderd en daarna de band van binnen uit gerepareerd. Kosten : $38,60. Dat valt erg mee. Misschien hebben we later alsnog een nieuwe achterband nodig (hij is behoorlijk versleten na alle "dirtroads" die we hebben gedaan), maar nu zijn we in elk geval gered. De gerepareerde band gaat achterin de auto van Lou en Christa en daar gaan we weer... terug naar de camping. Lou en Christa rijden alvast richting het Karijini National Park. Wij hadden de tent en nog wat andere spullen hier laten staan omdat we niet wisten of we hier nog een nachtje zouden moeten blijven slapen. Gelukkig is alles nu al weer geregeld en kunnen we dus alles inpakken.

 

Voordat we Marble Bar verlaten, tanken we nog even. We hebben namelijk gelezen dat de diesel heel erg duur is bij het volgende tankstation, waarschijnlijk bespaart het ons dus geld om hier alvast te tanken.

 

We nemen de onverharde weg richting het Karijini National Park. Op onze kaart is dat ongeveer 190 km, maar de mevrouw van de camping heeft ons verteld dat er een "short-cut" is en we dus "maar" een kleine 160 km hoeven rijden om bij de snelweg uit te komen. Na ongeveer 20 km komen we uit bij de afslag naar "Glen Herring Gorge". We rijden de 3,5 km lange track er naartoe. Rickert heeft last van z'n rug en dus loop ik alleen een stukje de "gorge" in. Mwah... best mooi hoor, maar na de "gorges" in de Kimberley valt het een beetje tegen.

 

We vervolgen onze weg. Op twee plaatsen is het door het ontbreken van fatsoenlijke wegaanwijzers absoluut onduidelijk welke kant we op moeten. Gelukkig rijden we toch in een keer goed. Bij het Auski Roadhouse tanken we weer. Hier zou de diesel zo ontzettend duur zijn... wat blijkt... in Marble Bar hebben we 8 cent per liter meer betaald... Nou ja, verkeerd gegokt...

 

De "scenery" is echt prachtig. We rijden tussen enorme rode rotsen door richting het  Karijini National Park. Om ongeveer half vijf komen we aan in het National Park. We rijden eerst even naar het Visitor Centre omdat we even een vriendin van ons willen bellen en daar een telefoon is. Helaas, onze vriendin Bianca is niet thuis. Volgende keer beter.

 

Vanavond willen we overnachten op de Dales Gorge Campground, de meest oostelijke campground in dit park. Bij aankomst blijkt dat een groot deel van de camping is afgesloten. Niet erg handig, want het enige deel dat wel open is, staat helemaal vol. We besluiten op de "generator-area" te gaan staan. Eigenlijk is dit deel dus bedoeld voor mensen met een generator, maar goed, als we nergens anders kunnen staan... Er lijken meer mensen het zelfde idee te hebben gehad... ook deze camping is behoorlijk vol. Met gewone kampeerders overigens... zonder generators dus...

 

Ook Lou en Christa staan hier vanavond. We kiezen twee kampeerplaatsen naast elkaar uit. Er hangen wel wat donkere wolken boven de bergen, maar we gokken het erop. We zetten alleen de binnentent op, hopelijk gaat het niet regenen.