Reisverslag

16 - 23 juli 2003

 

16 juli 2003 - Broken Hill - Mutawintji National Park

Na het ontbijt rijden we nog even de stad in. We moeten nog tanken voordat we de bush in gaan en we willen de website nog updaten.

 

Tanken is natuurlijk zo gebeurd. De website in orde krijgen kost wat meer tijd. Ik heb bijna alle plaatjes op de site opnieuw (veel kleiner) opgeslagen. Alle oude bestandjes moeten eerst van de site gehaald worden en daarna wil ik de nieuwe versie online brengen. Dat kost nu wel wat meer tijd, maar zorgt er (als het goed is) voor dat het de volgende keren veel makkelijker en sneller gaat.

 

Zo gezegd, zo gedaan, een uurtje later staat alles online. Zelfs de foto's. Helaas opent de begin-pagina erg langzaam. Ik heb het idee dat dat niet aan mij maar aan de server ofzo ligt want aan die pagina heb ik niks veranderd. Nou ja, de site werkt in elk geval !

We kopen nog even een vliegennetje voor Rickert (ziet er echt heel debiel uit, maar het helpt geweldig) en voor ons allebei een hoed. Eindelijk allebei een mooie suŤde hoed... de ideale bescherming tegen de zon !

 

Op naar Mutawintji National Park. Dit Park ligt ongeveer 120 km ten noordoosten van Broken Hill. Da's op zich niet zoveel natuurlijk, maar over een onverharde weg doe je er toch al gauw 2 1/2 uur over. Onderweg moeten we onze klokjes 30 minuten vooruit zetten. Niet dat we naar een andere staat gaan hoor... Broken Hill is gewoon eigenwijs en gebruikt de tijd van South Australia terwijl het in New South Wales ligt...

 

We komen om half 3 aan in het park. Het Visitor Centre stelt niet zoveel voor. Het zijn een paar grote displays met verbleekte info en een prikbord waar mededelingen uit 2001 op hangen...

 

We rijden vrijwel meteen door naar de campground. De kampeerplaatsen lijken erg ruim, maar als we goed kijken zien we dat ze allemaal staan aangegeven met bordjes. Op de plaats waarvan wij dachten dat we er alleen zouden staan, horen drie (!!!) mensen te staan. Hmmm, nou ja, volgens ons wordt het toch niet zo druk, dus we nemen de ruimte.

 

We zetten snel de tent op en rijden naar het begin van de Homestead Creek wandeling. We kunnen helaas vandaag niet de hele wandeling doen, want die duurt zo'n 4-5 uur, maar een deel lukt zeker wel. Er staat op het infobord aan het begin dat het eerste stuk van de wandeling 30 min (return) duurt. Na nog geen tien minuten staan we echter al aan het eind van het eerste stuk... we lopen dus nog een stukje verder. Wat is het hier prachtig. Mooie rode rotsen en groene bomen, struiken er omheen. Onderweg nog een klein beetje "Aboriginal Rock Art", kortom... leuk wandelingetje.

 

We eten vrij vroeg en onder het genot (?!) van het geluid van een heleboel kaketoes gaan we slapen.

 

17 juli 2003 - Mutawintji National Park - White Cliffs

We hebben besloten vandaag niet de Homestead Creek Gorge wandeling te doen, maar de Mutawintji Gorge wandeling. Deze wandeling is korter en dus zullen we eerder naar White Cliffs kunnen vertrekken. In de folder en op het infobord staat dat de wandeling anderhalf uur duurt. Als dat net zo berekend is als de vorige wandeling zullen we dus na een uurtje wel klaar zijn.

 

Het eerste deel van deze wandeling lopen we op een vrij saai, vlak terrein. Daarna moeten we "rockhoppen". Het is wederom een erg mooie omgeving. We lopen in een "gorge", tussen twee rotswanden door dus eigenlijk. Er liggen ontzettend veel kangaroe- en geitenskeletjes. Een beetje luguber ziet het er wel uit, al die botten her en der verspreid.

 

Desondanks is het hier prachtig. Aan het eind (we zijn inmiddels al ruim 1 uur verder...) komen we uit bij een "rockpool". Dit mini-meertje staat altijd vol met water terwijl hier bijna geen regen valt ! Terwijl we genieten van het uitzicht eten we een meegebracht koekje, hmmm, hier kunnen we wel uren blijven zitten.

 

Na ongeveer een half uur lopen we terug. Bij de auto aangekomen zien we dat we (met pauze aan het eind) drie uur over de wandeling hebben gedaan. Vreemd, hoe zouden ze die tijd berekenen ?!

 

Hoe dan ook, we rijden om half drie richting White Cliffs. Ruim twee uur later komen we er aan. Wat is dit een raar plaatsje. Het is een opaal-stadje. De mensen die hier wonen, verdienen bijna allemaal hun geld op de een of andere manier met opalen. Een van de attracties van het dorp zijn de ondergrondse huizen, winkels en hotels.

 

We vinden het te duur om in een van de hotelletjes te gaan slapen, dus we besluiten te overnachten op de camping en iets onder de grond te eten. Nou ja, dat is het plan... we vragen bij het Motel hoeveel een underground dineetje kost. $27,- p.p. voor soep, corned beef en een ijsje. Vinden we eigenlijk wat te veel... ook dat gaat dus niet door. We eten gewoon lekker op de camping.                  

 

18 juli 2003 - White Cliffs - Sturt National Park

Vanochtend willen we een beetje sightsee-en in White Cliffs. We hebben van Dale en Wendy (het stel dat we in Mungo National Park hebben ontmoet) begrepen dat een bezoek aan "Jocks Place" heel apart, maar absoluut een must is. Goed, daar gaan we dus heen !

 

Als we bij Jocks Place aankomen, komt er een man hard schreeuwend, druk gebarend op ons af... dat moet Jock zijn... Hij vraagt of we mee willen op de "Big Tour" willen... "uh, wat is dat dan precies, wat gaan we dan doen ???" vragen wij ons af... Hij zegt dat het een tour door het dorp, een rit langs de solar-installaties en door de opaalvelden en inclusief een rondleiding door z'n ondergrondse huis is. En dat allemaal voor een prijs van $10,- p.p.

 

We besluiten het te doen. Volgens ons is ie hartstikke gek en/of dronken, maar inderdaad... een tour met Jock is inderdaad iets heel aparts ! We gaan langs de opaalvelden (zeg maar hoopjes steen waartussen mensen hebben geprobeerd opaal te vinden - zie foto's), we rijden door de main street (er zijn nauwelijks andere straten, maar goed) en "last but absolutely not least" mogen we rondkijken in z'n huis. Het is een compleet gangenstelsel onder de grond. Alles is er... huiskamer, aparte lounge-kamer, badkamer, twee slaapkamers etc. En daarachter nog een groot gedeelte waar vroeger gezocht is naar opalen en dat nu dient als een soort museumpje.

 

We begrijpen inmiddels een beetje wat er zich hier afspeelt (en heeft afgespeeld), maar het blijft een raar stadje ! Om met Jock's woorden te spreken : "Everybody in White Cliffs is mad, I'm mad, even my dog Lily is mad. If YOU would live here for 35 years, you would be mad too !"

 

We kletsen nog even na met een stel dat ook mee was op de tour. Zij blijkt een Nederlandse te zijn, die ruim 50 jaar geleden hier is gekomen. Hij is een Australier. Erg aardige mensen. Ze nodigen ons uit om bij hen langs te komen als we in de buurt zijn, maar helaas, ze wonen boven Sydney en daar komen we deze keer niet. Misschien een volgende keer.

 

We rijden veel later dan gepland naar Tibooburra. De weg (zo'n 280 km gravelroad) is heel wisselend. Op sommige delen kunnen we makkelijk 80 of 90 rijden, maar op andere delen is 40 km/u al erg veel. De "rivercrossings" die we tegen komen staan (gelukkig) allemaal droog.

 

Uiteindelijk komen we om vijf uur aan in Tibooburra. We gaan hier meteen tanken, want de afgelopen dagen hebben we een heleboel kilometers gereden. De diesel is hier wel erg duur. Tot nu toe hebben we steeds zo'n 85-95 ct per liter betaald, maar nu kost een liter $1,18...

 

We rijden hierna naar de "Dead Horse Gully"-campground. Deze campground ligt op ca. 1 km van het dorp in het Sturt National Park. Wanneer we net ons overnachtings-formuliertje hebben ingevuld en onze bijdrage hebben betaald, komen er twee bussen met kinderen aanrijden... oh nee he... die komen toch niet hier staan vannacht... We hebben ons gelukkig voor niets druk gemaakt, want ze komen alleen voor een wandeling.

 

We vinden een prachtig plaatsje, achteraan op de campground. Wauw, wat is het hier mooi. Het doet ons een beetje denken aan de Devils Marbles. Hier liggen ook allemaal van die rode granieten stenen en rotsen. Bij zonsondergang wordt het alleen nog maar mooier.

 

Na het eten plannen we met de kaart op tafel de rest van de trip tot Cairns. Wel of niet de Birdsville- en Strzelecki Track... dat is de belangrijkste vraag. Het zijn twee beroemde tracks die we eigenlijk een keer gereden willen hebben, maar tegelijkertijd is het een kolere-eind (om)rijden. We maken uiteindelijk een schema waar beide tracks in voorkomen en daarna gaan we naar bed.

 

19 juli 2003 - Sturt National Park

Vandaag is wederom een "sight-see-dag". We rijden eerst naar de Warri Gate. Dit wat onprofessioneel uitziende hek, vormt hier de grens tussen New South Wales en Queensland. Links en rechts van het hek het oneindige (ruim 1000 km lang!) "Dingo Proof Fence". Dit hek zorgt ervoor dat dat de Dingo's (een soort kruising tussen een hond en een wolf) uit bepaalde delen van het land worden gehouden.

 

Hierna doen we twee drives door het Sturt National Park : de "Jump Up Loop Road" en de "Gorge Loop Road". Wat een enorme kale vlaktes. Dit voelt weer echt als de "middle of nowhere"...

 

Helaas zien we niet zoveel "wildlife" als dat we gehoopt hadden. In alle folders over het park staat dat er erg veel kangaroes zijn en dat emu's ook erg veel worden gezien. Wij zien echter helemaal geen emu's en nog geen 10 kangaroes. Nou ja, als je alle dode kanga's niet meetelt tenminste. Het is echt niet normaal hoeveel kadavers/skeletten we hier langs de weg en in de velden zien liggen. Echt wel 100 ofzo. Niet echt een prettig gezicht.

 

Om een uur of vier zijn we terug op de camping. We bekijken de foto's van vandaag (lang leve de digitale camera !) en terwijl Rickert wat leest over de omgeving, schrijf ik het verslag van de afgelopen dagen.

 

We eten nasi (mooi woord voor opgebakken restje rijst met groente en ham) en liggen er wederom vroeg in.

 

20 juli 2003 - Sturt National Park - Cameron Corner

Om 7 uur word ik gewekt, deze keer niet door een Kookaburra, maar door een simpele haan... Rickert is niet veel later wakker.

 

We eten ons ontbijt, pakken onze spullen in en rijden naar een ander deel van de campground. We willen een wandeling doen die hier begint. We parkeren de auto en dan besluiten we de auto toch nog even om te draaien, dan staat de koelbox tenminste niet in de zon.

 

Rickert stapt in en start de auto... nou ja... hij probeert het... de auto wil niet starten. We horen alleen maar een klik als we de sleutel omdraaien... We proberen het een aantal keer, maar zonder succes. Nee toch, we hebben nu echt geen zin in gezeur. We vragen hulp aan een mede-kampeerder. Hij haalt een extra accu, een accu-schoonmaaksetje en allerlei gereedschap erbij, maar helaas, ook dit werkt niet.

 

Dan besluiten we de auto naar Tibooburra (1 km vanaf campground) te slepen. We verbinden onze sleepkabel aan beide auto's en de man sleept onze auto (met Rickert erin) een stukje verder. En dan... start ie ineens ! Wat er mis is/was, weten we niet, maar goed, we rijden !

 

We besluiten toch maar even naar een garage te gaan. De medewerkster van het pompstation verwijst ons naar "Sandy", hij doet eigenlijk alleen "tyre repairs", maar blijkbaar kan hij meer dan dat. Hij laat ons naar z'n achtertuin annex werkplaats rijden en vraagt ons de motor een paar keer te starten en weer uit te doen. Natuurlijk doet de motor het nu prima...

 

Maar wat wij al vermoeden blijkt toch te kloppen. Er is iets mis met de startmotor. "Sandy" loopt even weg en komt terug met een ijzeren staaf. Daarmee geeft hij een paar tikken tegen de startmotor... dat is de manier om 'm weer te laten werken zegt de man... en hij heeft gelijk ! Er heeft waarschijnlijk iets klem gezeten, het kan vuil of stof zijn, het kan vanalles zijn. Ik zeg dat ik het ideaal vind dat dit nu werkt, maar dat ik me toch niet kan voorstellen dat dit de professionele manier is om dit euvel blijvend te verhelpen...

 

Hij raadt ons aan om inderdaad een keer de startmotor na te laten kijken door een garage, maar we hoeven ons nu geen zorgen te maken... "If you're having problems, just hit the thing with something like this metal bar..." Goed, dat geloven we dan maar...

 

We doen de geplande wandeling maar niet meer. Nadat we getankt hebben, rijden we naar Cameron Corner. Om dit plaatsje te bereiken moeten we weer door de "Dingo Proof Fence". Cameron Corner is de plaats waar "three states meet", het is de grens tussen New South Wales, Queensland en South Australia. Het blijkt niet meer dan een roadhouse. We kunnen hier voor $5,- samen kamperen. Er zijn douches (voor $3,- p.p.), wc's en er is een mogelijkheid om binnen en buiten te zitten.

 

Nadat we de tent hebben opgezet, maken we een klein wandelingetje. We worden echt gek van alle vliegen, er zitten soms wel 100 vliegen op mijn hele lijf... grrrrrrr, om gestoord van te worden. Rickert heeft een paar dagen geleden een vliegennetje gekocht (zodat ze in elk geval niet in z'n gezicht gaan zitten), maar ik had zo'n ding niet nodig... dacht ik !

 

Tijdens het wandelingetje zien we ineens een bordje staan : "Camping Area". Op een hele andere plaats dan waar wij onze tent hebben neer gezet... Hmmm, we vonden het al een beetje een rare plaats, zo vlak bij de weg en naast de enorme generator... Het is hier veel rustiger ! Goed, hoe gaan we dat doen... We halen de haringen uit de grond en tillen (!) de tent incl. matras en slaapzakken 100 meter verder. Zo, da's beter :-)

 

Terwijl we iets later buiten aan een tafeltje zitten, vliegen overal om ons heen zebravinkjes. Echt, alsof het musjes zijn ! Helaas is het met ons digitale cameraatje niet mogelijk een duidelijke foto van ze te maken. We hebben er ook meteen een ander vriendje bij... het hondje van een van de medewerksters, komt bij Rickert op schoot zitten.

 

Na het eten (We bestellen "pie, chips and gravy"... en dat voor maar $4,50 p.p. Daar kunnen we nauwelijks zelf voor koken !) mogen we van Bill, de ontzettend aardige eigenaar, onze laptop inpluggen. Dat is erg fijn, kunnen we mooi iedereen terug mailen. Nou ja, we schrijven mailtjes terug, helaas kunnen we ze niet meteen versturen, dat kan pas weer in Birdsville waarschijnlijk.

 

Bill vraagt of ik op de website wil zetten dat iedereen hier welkom is. Bij deze ! (Op de foto staat hij samen met z'n medewerkster Kyra)

 

Om een uur of negen kruipen we onze tent in. Morgen willen we vroeg vertrekken, want morgen is de dag van de Strzelecki Track...

 

21 juli 2003 - Cameron Corner - Leigh Creek (Strzelecki Track)

We hadden de wekker gezet, zodat we zeker wisten dat we om 7 uur wakker zouden zijn. Niet dat we normaal gesproken uitslapen ofzo, maar toch. Om acht uur hebben we alles ingepakt. Het stel dat we in White Cliffs tijdens de tour hebben ontmoet, heeft hier ook vannacht gekampeerd. We kletsen nog even en de Nederlandse mevrouw vraagt of we onze naam wel achter hebben gelaten bij Bill, de eigenaar van het Roadhouse. Voor de veiligheid dus. Zodat hij, als we vanavond niet bellen om te zeggen dat we goed zijn aangekomen, de politie kan bellen om ons te laten zoeken... We hebben hier wel over gedacht, maar hadden eigenlijk besloten het niet te doen. Het is geen highway, maar het is ook niet zo dat er nooit iemand rijdt op de track. Maar ja... ik hoor die mevrouw, denk aan onze moeders en besluit toch maar onze namen achter te laten. We tanken nog even (voor het recordbedrag tot nu toe, $1,25 per liter) en om half negen is het dan echt zover... "off we go"...

 

Vandaag is de dag... de dag dat we onze eerste lange track gaan rijden. Het is zo'n 425 km naar Leigh Creek, ons doel van vandaag. Als het goed is, kunnen we daar weer boodschappen doen, email checken/schrijven etc.

 

De eerste 80 km lijken wel een soort mega-achtbaan. Het wegdek is prima (voor een gravelroad), maar we gaan bergje op, bergje af... en dat dus een heleboel kilometers lang...

 

Het vervolg van de track is een stuk minder bergachtig. Hier en daar wat "corrugation" en wat los zand, maar eerlijk gezegd valt het ons ontzettend mee ! We komen onze eerste (weliswaar dode) slang tegen.

 

Ik kan natuurlijk gaan schrijven over elke hobbel en bocht in weg, maar de foto's zeggen, denk ik, genoeg.

 

 

 

    

 

 

    

 

 

Om half vier (dit is NSW-tijd, in South Australia, hier dus, is het pas 3 uur) komen we aan in Leigh Creek, veel eerder dan we gedacht hadden eigenlijk We konden grote delen van de track 80-90 km per uur rijden en dat schiet natuurlijk lekker op. We rijden het stadje binnen, nou ja stadje... het lijkt meer op een Center Parcs dorp. Het plaatsje is in 1980 aangelegd voor de mensen en hun families die in de kolenmijnen hier verderop werken. En dat is te zien. Alles is heel praktisch ingericht. Er is een complex met winkeltjes. Supermarktje, slagertje, postkantoortje, etc, alles is er eigenlijk.

 

We kunnen helaas geen plaats vinden waar we onze laptop kunnen inpluggen zodat we alle geschreven mailtjes eindelijk kunnen versturen. Wel kunnen we hier bij de bibliotheek van de school gratis het internet gebruiken. We checken onze email en het gastenboek van onze site. Jammer genoeg is er nu geen tijd om terug te schrijven, we hebben maar een half uurtje.

 

We doen snel wat boodschapjes voor het eten van vanavond. Bij het pompstation betalen we voor onze kampeerplaats (de camping heeft nog geen vaste beheerder), $12 voor ons samen. We rijden naar de camping, zetten snel ons tentje op. En dan... kunnen we eindelijk lekker douchen. We hebben al een dag of drie geen douche gezien en echt... dan is een douche nog heerlijker dan normaal :-)

 

Naast ons is inmiddels een ander tentje neergezet. De "bewoner" blijkt een IsraŽliŽr te zijn. Hij is drie maanden geleden aangekomen in Sydney. Vlak voor vertrek las hij iets over iemand die met de fiets door AustraliŽ ging reizen en dacht : "Dat wil ik ook wel". Thuis heeft hij geen fiets, hij is absoluut niet ervaren, maar heeft z'n plan toch doorgezet. In Sydney is hij naar een paar fietsenwinkels gegaan en heeft hij uiteindelijk bij een betrouwbaar uitziende man een mountainbike gekocht.

 

Aan z'n fiets hangen wat mandjes voor z'n spullen, een paar rekjes waar waterflessen in hangen, op z'n rug draagt ie een rugzak en "that's it". Hij is dus begonnen in Sydney en z'n einddoel is Alice Springs. Dat betekent dus duizenden kilometers over asfalt, maar ook over gravelwegen... En wij maar denken dat we avontuurlijk zijn...

 

We nodigen 'm uit voor het eten. Het moet toch fijn zijn om aan te kunnen schuiven voor een pasta-maaltijd na zo'n dag fietsen. De rest van de avond wisselen we verhalen uit en maken we plannen voor morgen.

 

Om half tien liggen we in bed, alweer een late avond ;-)

 

22 juli 2003 - Leigh Creek

Om half acht zijn we alweer wakker. We eten ons ontbijtje en rijden even naar het winkelcentrumpje. We zetten Assaf (de 26 jarige IsraŽliŽr) af bij de bieb en wij doen even wat boodschappen.

 

Na de boodschappen gaan wij terug naar de camping. We doen nog een wasje en hangen alles lekker uit. Het is echt ongelooflijk, normaal gesproken betalen we meer voor een camping en is er alleen een oude wasmachine die slecht wast en veel te veel kost. Hier staan twee gloednieuwe machines en we kunnen ze gratis gebruiken ! Eindelijk worden de kleren echt schoon !

 

Om een uur of twaalf is Assaf ook weer terug op de camping en rijden we naar Copley, een plaatsje hier ca. 5 km vandaan. Daar is een bakkerij/restaurantje waar je, zegt de Lonely Planet, heerlijke broodjes etc. kunt krijgen. Rickert bestelt een "Kangaroo in Wine Pie" en Assaf en ik bestellen 'n Spinazie-Feta-pasteitje. En inderdaad, het smaakt heerlijk !

 

Naast ons zit een Duitser. Hij reist ook per fiets, echter in een heel ander tempo dan de IsraŽliŽr. Hij heeft de afgelopen dagen zo'n 200 km per dag gereden. Weliswaar over asfalt wegen, maar toch... wij doen het hem niet na... Hij wil in tweeŽneenhalve week van Adelaide naar Alice Springs (ca. 1700 km) fietsen en dan de trein terug nemen. (Tsja, Su, Hanneke en Marjolein... daar heb je weer zo'n man die alles snel wil doen) We zitten nog even te praten en daar gaat ie... op weg naar Marree. Waarschijnlijk komen we 'm morgen ergens onderweg tegen.

 

Wij gaan met z'n drieŽn naar de Aroona Dam. Daar willen we een wandeling doen. Tijdens deze 4 km lange "walk" komen we mogelijk "yellow footed rock wallabies" tegen. We lopen vanaf de parkeerplaats naar het begin van de wandeling en lopen het aangegeven pad in. Na een paar honderd meter komen we bij een kleine "creek". Het water is hier te hoog om het pad te kunnen vervolgen... einde wandeling dus. Daar gaan we weer... terug naar de auto.

 

We besluiten nog even naar de bieb te gaan om mail te checken, halen nog even een paar boodschapjes die we vanochtend vergeten zijn en gaan terug naar de camping.

 

Ik bel Jorrit, eindelijk krijg ik hem te pakken. Leuk, om elkaar weer even "live" te kunnen spreken i.p.v. per email. Fijn dat alles goed gaat met hem, Danielle en de ongeboren baby !

 

We eten weer samen met Assaf, kijken wat tv en gaan weer op tijd naar bed. Morgen willen we weer vroeg op, want dan hebben we genoeg tijd voor het eerste deel van de Birdsville Track...

 

 

23 juli 2003 - Marree - Mungerannie Roadhouse (Birdsville Track)

Wat een nacht... om half vier worden we wakker van de regendruppel die op onze tent vallen. Het begint zachtjes, maar wordt steeds harder. Oh nee hŤ, als dat maar goed gaat, morgen willen we de Birdsville Track doen is onze eerste gedachte... en regen is dan niet erg handig, want het kan de hele track onbegaanbaar maken. Tweede gedachte is... Oh nee he, Assaf ligt hiernaast in z'n mini-niet-waterdichte-tentje...

 

Ik hoor dat hij wakker is, dus ik kruip de tent uit en vraag of ik 'm ergens mee kan helpen. Het hoeft niet. Hij heeft zelf al een plastic zeiltje om z'n fiets gebonden. Hij klapt z'n tent in en neemt alles mee naar de "campkitchen". Rickert en ik vallen na ongeveer een uur pas weer in slaap. Om zes uur word ik weer wakker en dan vind ik het genoeg. Ik ga er uit. Ik bedenk me dat het eigenlijk wel een goede tijd is om m'n moeder weer eens te bellen dus dat doe ik.

 

Na het telefoontje (leuk om je te spreken mam !) ga ik douchen, lekker vroeg. Rickert komt om een uur of zeven ook z'n tent uit en dan beginnen we maar snel met inpakken. Het is nu droog, maar de lucht ziet er vrij donker uit. De tent is inmiddels al droog geblazen door de harde wind. Da's een geluk bij een ongeluk dus !

 

Na het ontbijt rijden we naar het centrumpje. We zetten Assaf af bij de bieb en ik check even onze email. Rickert kijkt ondertussen op een andere computer naar de "Road Conditions" i.v.m. onze rit over de Birdsville Track. Alles wegen zijn open, er wordt alleen gewaarschuwd voor slechte delen met wat hobbels en bobbels. Niks om bang voor te zijn in elk geval. We nemen afscheid van Assaf en spreken af dat we elkaar ooit in IsraŽl of Amsterdam zullen treffen.

 

We tanken nog even en daar gaan we, op naar de Birdsville Track. Bij Lyndhurst staat een lifter met een bordje "Marree" naast de weg. We stoppen en vragen of ie  zich klein kan maken... Ja dus, een paar minuten later ligt z'n tas achterin en zit hij, naast ons, voorin. Hij blijkt een (ca. 25 jarige) boer uit Victoria te zijn. Hij is nu op vakantie en combineert dat met een aantal protestacties tegen geplande Uraniumtransporten. Hij is erg aardig, maar praat erg langzaam. Op elke zin van ons reageert hij met "O yeah !" of "Oh yeah ?"....

 

Onderweg kijken we nog even bij de "Ochre Cliffs" (zie foto).

 

In Marree zetten we Andrew (zo heet de liftende boer) af en rijden wij richting de Birdsville Track. Aan het begin staan een aantal (waarschuwings)borden. We hebben alle veiligheidsmaatregelen natuurlijk getroffen, dus de

 reis kan beginnen !

 

Het is nu nog "maar" 200 km naar het Mungerannie Roadhouse, onze slaapplaats voor de komende nacht...

 

Na een kilometer of dertig (we weten niet meer precies hoeveel) komen we bij "Clayton" aan. Aan de rechter kant staat een Homestead, een huis dus. Aan de linker kant staat een bordje met erop: "Hot Showers, hot pool & toilets". We rijden het pad in en komen uit bij een zwarte ronde bak. Onderin de bak zit een klein laagje water. Dit is normaal gesproken de "hotpool" blijkbaar... We draaien een kraan open en inderdaad, er komt warm water uit, bronwater dus. We vragen ons af of we zomaar het bad mogen laten vol lopen, er is in grote delen van AustraliŽ ten slotte een enorm water tekort. Op het toilet krijgen we meer duidelijkheid. Er hangt een briefje met instructies voor het bad. Alle kranen mogen open gedraaid worden. Als we na ons bad maar wel het water weer weg laten lopen, omdat er anders kinderen in kunnen verdrinken.

 

Wauw, wat een geweldig idee. Een hot pool in het midden van de zanderige Outback. Rickert trekt onmiddellijk alles behalve z'n boxershort uit en ik trek m'n bikini aan. En daar liggen we dan... dit is echt super ! Laat ons hier maar achter, het is echt heerlijk is het warme water terwijl er een koude harde wind waait.

 

 

 

 

Ondanks de lichte rotte eierenlucht is dit echt genieten ! Na het bad neem ik nog even een warme douche... Echt alles is er, er hangt zelfs een geel/blauw gordijntje in, het kan echt niet op... volgens mij ziet de hemel er ongeveer zo uit !

 

We twijfelen nog even, zullen we hier blijven vannacht of toch maar door rijden. We besluiten verder te gaan, er is nog zoveel moois te zien !

 

De weg is prima, weer veel beter dan verwacht door ons en voorspeld door vele anderen. Hieronder een paar omgevingsfotootjes...

 

     

 

Om een uur of drie komen we aan bij het Mungerannie Roadhouse. Onze eerste indruk is niet erg goed. Het is koud, het waait ontzettend hard en er lijkt niemand te zijn die ons kan helpen.

 

Nadat ik drie keer heb aangebeld doet een mevrouw de deur open. Ze blijkt de eigenaresse van dit Roadhouse te zijn. Ze was bezig met de was en hoorde mij dus niet.

 

We betalen ons kampeergeld en rijden alle kampeerplaatsen langs, op zoek naar de plaats met de minste wind. Helemaal achteraan vinden we een prachtige plaats, wel wat afgelegen en vanavond hartstikke donker, maar bijna windstil ! Het uitzicht is werkelijk prachtig. De tent staat naast de rivier en overal om ons heen vliegen/zitten vogels.

 

Nadat we de tent hebben opgezet rijden we terug naar het Roadhouse. We willen hier vanavond eten, maar dat kan pas vanaf 6 uur, dus we drinken eerst wat en bekijken alle boeken en tijdschriften die op de bar liggen. Vanalles en nog wat ligt er, met allemaal het zelfde thema : reizen door de Outback.

 

Na het (heerlijke) eten schrijven we wat kaarten. O.a. naar Geiner en Susanne die (eindelijk) een zoon hebben gekregen ! Daarna is het tijd om naar bed te gaan.